And Jesus approached and spoke to them, saying: "All authority has been given me in heaven and on the earth. Go therefore and make disciples of people of all the nations, baptizing them in the name of the Father and of the Son and of the holy spirit, teaching them to observe all the things I have commanded you. And, look! I am with you all the days until the conclusion of the system of things." - Matthew 28:18-20
Now the latter were more noble-minded than those in Thessalonica, for they received the word with the greatest eagerness of mind, carefully examining the Scriptures daily as to whether these things were so. Therefore many of them became believers, and so did not a few of the reputable Greek women and of the men. - Acts of the apostles 17:11-12
But he who guarantees that you and we belong to Christ and he who has anointed us is God. He has also put his seal upon us and has given us the token of what is to come, that is, the spirit, in our hearts. - 2Corinthians 1:21-22
I say, then, to you, Everyone that confesses union with me before men, the Son of man will also confess union with him before the angels of God." - Luke 12:8
"Take my yoke upon you and learn from me, for I am mild-tempered and lowly in heart, and you will find refreshment for your souls. For my yoke is kindly and my load is light. - Matthew 11:29-30
However, become doers of the word, and not hearers only, deceiving yourselves with false reasoning. For if anyone is a hearer of the word, and not a doer, this one is like a man looking at his natural face in a mirror. For he looks at himself, and off he goes and immediately forgets what sort of man he is. But he who peers into the perfect law that belongs to freedom and who persists in [it], this [man], because he has become, not a forgetful hearer, but a doer of the work, will be happy in his doing [it]. - James 1:22-25
I solemnly charge you before God and Christ Jesus, who is destined to judge the living and the dead, and by his manifestation and his kingdom, preach the word, be at it urgently in favorable season, in troublesome season, reprove, reprimand, exhort, with all long-suffering and [art of] teaching. For there will be a period of time when they will not put up with the healthful teaching, but, in accord with their own desires, they will accumulate teachers for themselves to have their ears tickled; and they will turn their ears away from the truth, whereas they will be turned aside to false stories. You, though, keep your senses in all things, suffer evil, do [the] work of an evangelizer, fully accomplish your ministry. - 2 Timothy 4:1-5
And this good news of the kingdom will be preached in all the inhabited earth for a witness to all the nations; and then the end will come. - Matthew 24:14
En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, en zei: "Alle autoriteit in de hemel en op aarde is mij gegeven. Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest, en leert hun onderhouden alles wat ik U geboden heb. En ziet! ik ben met U alle dagen tot het besluit van het samenstel van dingen." - Mattheüs 28:18-20
De laatsten nu waren edeler van geest dan die in ThessaloniÌika, want zij namen het woord met de grootste bereidwilligheid des geestes aan en onderzochten dagelijks zorgvuldig de Schriften of deze dingen zo waren. Velen van hen werden dan ook gelovigen, evenals niet weinigen van de achtenswaardige Griekse vrouwen en van de mannen. - Handelingen der apostelen17:11-12
Doch hij die waarborgt dat gij en wij Christus toebehoren en hij die ons heeft gezalfd, is God. Hij heeft ook zijn zegel op ons gedrukt en ons in ons hart het onderpand van wat komen zal gegeven, namelijk de geest. - 2 Korinthiërs 1:21-22
Wordt echter daders van het woord en niet alleen hoorders, door uzelf met valse overleggingen te bedriegen. Want indien iemand een hoorder van het woord is en geen dader, dan gelijkt zo iemand op een man die zijn natuurlijke aangezicht in een spiegel bekijkt. Want hij bekijkt zich en gaat dan weg en vergeet prompt wat voor een mens hij is. Wie daarentegen tuurt in de volmaakte wet, die tot de vrijheid behoort, en daarbij blijft, die zal, omdat hij geen vergeetachtig hoorder maar een dader van het werk is geworden, gelukkig zijn doordat hij [het] doet. - Jakobus 1:22-25
Ik zeg U dan: Belijdt iemand voor de mensen dat hij in eendracht met mij is, dan zal ook de Zoon des mensen voor de engelen van God belijden in eendracht met hem te zijn. - Lukas 12:8
Ik gelast u plechtig voor het aangezicht van God en Christus Jezus, die de levenden en de doden zal oordelen, en krachtens zijn manifestatie en zijn koninkrijk: predik het woord, houd u er als met een dringende zaak mee bezig, in gunstige tijd, in moeilijke tijd, wijs terecht, berisp, vermaan, met alle lankmoedigheid en [kunst van] onderwijzen. Want er zal een tijdsperiode komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar zich overeenkomstig hun eigen begeerten tal van leraren zullen bijeenbrengen om hun oren te laten kittelen; en zij zullen hun oren van de waarheid afwenden en zich daarentegen tot onware verhalen keren. Houdt gij echter in alle dingen uw zinnen bij elkaar, lijd kwaad, doe [het] werk van een evangelieprediker, volbreng uw bediening ten volle. -2 Timotheüs 4:1-5
"Neemt mijn juk op U en leert van mij, want ik ben zachtaardig en ootmoedig van hart, en GIJ zult verkwikking vinden voor UW ziel. Want mijn juk is weldadig en mijn vracht is licht." - Mattheüs 11:29-30
En dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen. - Mattheüs 24:14
“Toen vroegen ze allen: ‘Gij zijt dus de Zoon van God?’ Hij antwoordde hun: ‘Gij hebt het gezegd, dat ben Ik.’” (Lu 22:70 WV78)
Een raad van oudsten probeert de Zoon van God veroordeeld te krijgen. Ze hebben zich mateloos geërgerd aan het optreden van de Nazareen Jezus, de zoon van de schrijnwerker Jozef en Maria uit het geslacht David.
Allemaal hebben ze hun eigen motivatie om Jezus te veroordelen, maar ze hebben nog geen rechtsgeldige reden. Met een strikvraag proberen ze de Heer schaakmat te zetten. Ze vragen Hem: 'Bent u de Zoon van God?' Het is niet de bedoeling van de 'geleerden'om erachter te komen of de Heer Jezus werkelijk de Zoon van God is.Nee, ze willen Hem om het leven brengen - hoe dan ook. Ook vandaag zijn velen niet geïnteresseerd in het werkelijke antwoord. Zij willen niet lezen, zien of horen van wat er werkelijk staat. Ook vandaag zijn er veel mensen die geen geloof willen hechten aan wat er werkelijk vermeld wordt.
“Ze zeiden: ‘Als Gij de Christus zijt, zeg het ons dan.’ Maar Hij sprak tot hen: ‘Als Ik het u zeg, zult ge er toch geen geloof aan hechten,” (Lu 22:67 WV78)
Jezus vermelde ook duidelijk dat >Hij de mens (Jezus) zou zitten naast iemand anders > de Macht of Kracht van God/ die Almachtige God / “Maar het duurt niet lang meer, of Ik, de Mens, zal zitten op de troon van God, aan Zijn rechterhand."” (Lu 22:69 BOEK)
"Maar van nu af zal de Mensenzoon zitten aan de rechterhand van de Macht van God." (Lu 22:69 WV78)
Wij kunnen er op vertrouwen dat van nu af aan de Mensenzoon zal gezeten zijn ter rechterhand van Gods kracht. (Lu 22:69 LEI/LU/LUNT)
In de Schrift vinden wij bij de doop van Jezus door Johannes de bevestiging van die uiting, welke anderen ten tijde van Christus ook al zeiden: "En een stem uit de hemel sprak: 船it is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb." (Mt 3:17 WV78)
“Uit velen gingen ook duivels weg, die schreeuwden: ‘Gij zijn de Zoon van God.’ Hij gaf een streng bevel en liet niet toe dat zij spraken, want zij wisten dat Hij de Messias was.” (Lu 4:41 WV78)
"Hij stelt vertrouwen in God; laat Die Hem nu bevrijden, als Hij behagen in Hem heeft. Hij heeft immers gezegd: Ik ben de Zoon van God!" (Mt 27:43 WV78)
"De honderdman en die met hem bij Jezus de wacht hielden, werden bij het zien van de aardbeving en wat verder gebeurde door een grote vrees bevangen en zeiden: "Waarlijk, Hij was een Zoon van God." (Mt 27:54 WV78)
"Ik heb het zelf gezien en ik heb getuigd: Deze is de Zoon van God." (Joh 1:34 WV78)
"Toen zei Natanael tot Hem: "Rabbi, Gij zijt de Zoon Gods, Gij zijt de Koning van Israel." (Joh 1:49 WV78)